Selecteer een pagina

Platforms zijn een krachtige manier van organiseren in de VUCA-tijd. Ze zijn schaalbaar, wendbaar, toegankelijk en bieden een krachtige gebruikerservaring. Platforms zijn de “enabler” van de deel-economie. Er komen grote groepen aanbieders samen met grote groepen vragers. Er kan een uitwisseling zijn van onbenutte capaciteit of informatie.

Hallelujah en eureka. Platforms als recept voor wereldvrede! Bijna, want er is ook een donkere kant. In dit artikel belichten we wat er fout kan gaan in het ontwerp van platforms of zelfs de intentie ervan.

De rode draad van de risico’s kan kort en eenvoudig zijn. Platforms hebben de neiging om machtsongelijkheid te introduceren. Door als platform tussen twee onderling afhankelijke groepen in te gaan staan ontstaat een unieke, machtige positie. Die is weliswaar niet zomaar bereikt, maar zodra dat zo is is er al snel een probleem.

Monopolisme

Hoewel dit risico een doel is van de platform-ontwikkelaar is een monopolie een risico voor de markt en consumenten. Alle platforms doet hun uiterste best om zoveel mogelijk aanbieders en zoveel mogelijk vragers aan te trekken. De balans waarmee dat het beste kan gebeuren wordt het het kip/ei-probleem genoemd. Welke groep moet actief aangetrokken worden om als aantrekkingskracht voor de andere te dienen.

Zodra er een grote groep is verzameld kan de andere groep bijna niet meer anders dan het platform ook gebruiken. Als er enorm veel consumenten zijn met de Uber-app op hun telefoon, dan kun je als chauffeur eigenlijk niet meer om Uber heen. En andersom werkt dat net zo.

Zodra de groepen verzameld zijn kan vervolgens de groep worden gebonden. Op het platform van Uber wordt de “rating” van chauffeurs beïnvloed door hun responstijden bij vraag naar ritten (3, p9). Als de chauffeur een rit via een anders platform zou doen en dus niet reageert op een verzoek, daalt hij dus in de ranking en wordt hij langzaam van het platform verdreven.

Thuisbezorgd biedt restaurants inmiddels zo’n grote groep potentiële afnemers dat de marges die het kan vragen enorm zijn.

Gesel van de algoritmen

De “rating” van platform-deelnemers, zoals bij de responstijden, wordt bepaald door algoritmen. Beoordeling vindt, zeker bij platforms in de deel-economie, vaak plaats van zowel vrager als aanbieders. Algoritmen bepalen de rating van deelnemers, maar beïnvloeden ook de matching en de sortering bij het zoeken naar aanbod.

Het is vaak niet transparant hoe de algoritmen zijn ingesteld. Bovendien worden ze aangepast (of zijn zelfs zelf-aanpassend) na verloop van tijd. Als we de Google zoekmachine beschouwen als platform waar aanbod van informatie wordt gematched met vrager, dan is duidelijk waartoe dat kan leiden. Er is een soort vakgebied “search engine optimization” ontstaat dat zich richt op het volgen en analyseren van de wijze waarop zoekmachine vraag en aanbod bij elkaar brengen.

Deelnemers in de platform-economie moeten zich niet alleen druk maken om de waarde die ze bieden. Ze moeten ook in de gaten houden dat ze hun waarde op de juiste manier etaleren of laten beoordelen. Met name het gebrek aan inspraak en transparantie is hier een risico.

Datahonger

Het platform is het centrum van een meerzijdige markt. Vaak zijn platforms digitaal en handelen ze een groot volume aan transacties af. Allemaal ingrediënten om veel data te zien passeren.

Als we Facebook beschouwen als een meerzijdige markt tussen consumenten en adverteerders, dan is het Cambridge Analytica schandaal het ultieme voorbeeld van wat gebrekkige ethiek kan doen met zoveel passerende data. Door zoveel data over consumenten (cq kiezer) te matchen met adverteerders ontstond de mogelijkheid om zo gericht boodschappen te presenteren dat een outsider daadwerkelijk werd gekozen als president en Groot-Brittannië zichzelf het isolement in stemde.

Arbeidsverhoudingen

Een laatste risico dat we bespreken is een uiting van de “gig economy”, de klusjes-economie. Platforms breken vaak banen op in klusjes. Van een Uber rit, via stukprijzen bij logistieke bedrijven (PostNL) tot het bewerken van excelsheets voor minimale vergoedingen (MTurk). Waar het narratief soms is dat mensen “voor zichzelf werken”, is de praktijk in het werken via een platform vaak dat het daar niets mee te maken heeft [3, p9].

Vanuit het perspectief van het platform kan de flexibele inzet van arbeid wenselijk zijn. Om het duurzaam te houden, zullen er wel goede afspraken gemaakt moeten worden.

Pleidooi voor een Rijnlands model voor platforms

De opkomst van platforms is niet te stuiten. Platforms zijn een antwoord op een aantal symptomen van de VUCA-tijd. De grote succesvolle voorbeelden liggen aan weerzijden van Europe. Respectievelijk rechts Amerika en links China (sic).

Beide werelddelen lopen dan weliswaar voor in de ontwikkeling van platforms. Maar beiden hebben ook minder problemen met ongebalanceerde machtsverhoudingen. Voor Europa zou het goed zijn om een neutraler model te kiezen, vergelijkbaar met de waarden in het Rijnlands model.

Met Europese regelgeving als de AVG is dit al voor een deel het geval. Maar in plaats van het als lastig te ervaren, kunnen we het ook beschouwen als onderscheidend ten opzichte van de beschavingen ter linker- en rechterzijde van ons.

Referenties

  1. https://culanth.org/fieldsights/evil-intermediation-platforms
  2. https://platformed.info/the-dark-side-of-platform-monopoly/
  3. https://www.researchgate.net/publication/318506605_Sharing_economy_workers_Selling_not_sharing
  4. https://nl.wikipedia.org/wiki/Rijnlands_model

Afbeelding met toestemming hergebruikt

Deze site gebruikt cookies voor het bijhouden van statistieken. Details zijn beschreven in de Privacyverklaring. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten