Selecteer een pagina

In een vorig artikel schreef ik over Solid en IRMA. Daarmee kunnen mensen aantonen dat ze zijn wie ze zeggen dat ze zijn. Of ze kunnen ze claims over zichzelf doen die andere partijen kunnen vertrouwen. In dit artikel belicht ik ontwikkelingen waarbij het aantal spelers in het ecosysteem toeneemt en ecosystemen zo groot worden dat vertrouwen nog belangrijker wordt dan nu.

Individualisering en flexibilisering

Tussen 1960 en 2000 steeg het aantal inwoners met 40%, maar het aantal huishoudens verdubbelde zelfs[1]. De maatschappij individualiseert. Flexibilisering is de manier waarop dat tot uiting komt in de arbeidsmarkt. Mensen leveren steeds vaker arbeid aan organisaties zonder zich vast aan die organisatie te binden. Klussenplatforms zijn daar de exponent van.

Een (klussen-)platform is een reactie op transacties-met-frictie in een ecosysteem. In het speelveld of ecosysteem worden vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld, maar dat gebeurt niet op de slimste of fijnste manier. Dat schept ruimte voor een platform, omdat platforms ontstaan vanuit dat soort fricties en de wens het beter te maken.

Door individualisering ontstaan er veel meer spelers die zaken met elkaar doen. Ik noem dat versplintering. In plaats van zakendoen met een organisatie doe je via een platform vaak zaken met een individu. Vertrouwen is dan ook een groot thema binnen platforms. Hoe zorg je ervoor dat speler elkaar kunnen vertrouwen. Uber doet merkbaar moeite om partijen elkaar te kunnen laten vertrouwen met tips en gegevens om elkaar te kunnen herkennen.

Technologie

Ook door de ontwikkeling van technologie groeit het aantal spelers dat elkaar moet vertrouwen. Een voorbeeld is de groeiende hoeveelheid apparaten die verbonden wordt met netwerken, elkaar en met mensen. Met de uitrol van 5G neemt het aantal apparaten dat signalen gaat afgeven enorm toe.

Met name waar spelers zich kenbaar moeten maken buiten een vaststaand netwerk groeit de uitdaging rond vertrouwen. Gaan zelfrijdende auto’s straks het signaal “rijden” krijgen van een “connected’ stoplicht? Hoe weet de auto dat het daadwerkelijk het stoplicht is dat het signaal verstuurt?

Context-overstijging

Binnen een zelfde context is het relatief eenvoudig een mens of systeem te identificeren. Er zijn talloze manieren om mensen en systemen te “authenticeren”. Binnen eenzelfde context of ecosysteem kunnen afspraken gemaakt worden over welke manier gebruikt wordt en welke eisen worden gesteld.

Wanneer de bekende context wordt overstegen, wordt het gecompliceerder[2]. In een ecosysteem van meerdere organisaties moet consensus zijn over de te hanteren methode en en de eisen die worden gesteld. Wanneer de markt of zelfs cultuur wordt overstegen is die consensus complex[2].

Middelen

Wanneer de hoeveelheid spelers in het ecosysteem toeneemt, dan wordt vertrouwen gecompliceerd. Wanneer ecosystemen overstegen worden, dan word het complex. Platforms kunnen daar een rol in spelen, bijvoorbeeld door in te staan voor de partijen die tot een transactie komen. Veel platforms regelen kwaliteitscontrole via “Ranking” en “Rating” en soms met andere maatregelen.

Platforms hebben natuurlijk wel een belang bij het toelaten van partijen tot het platform, hoewel er ook een belang is dat er geen misstanden plaatshebben. Beter is het als een vertrouwde derde instaat voor de partijen.

Publieke dienstverlening

Binnen het ecosysteem “publieke taken” gebruiken we al jaren DigiD en eHerkenning. Dat zijn middelen waarbij het “inlogmiddel” wordt gekoppeld aan overheidsinformatie over respectievelijk burgers (basisregistratie personen) en bedrijven (Handelsregister). Op basis van de twee basisregistraties en de wijze waarop de inlogmiddelen worden verstrekt weten overheidsdiensten met wie ze handelen.

De overheid heeft van 2016 tot en met 2018 een pilot uitgevoerd met meerdere inlogmiddelen om in te kunnen loggen bij overheidsdiensten. Zo werden voor burgers Idensys en iDIN ontwikkeld. Die middelen werden aangeboden naast de bekende DigiD.

Op Europees niveau is in 2018 de eIDAS-verordening van kracht geworden. Deze stelt dat Europese burgers publieke diensten uit andere landen moeten kunnen gebruiken met hun nationale inlogmiddel. De pilot met meerdere mogelijk inlogmiddelen wordt in de Wet Digitale Overheid structureel door het monopolie van DigiD los te laten zolang aan de strenge eisen van eIDAS wordt voldaan. Inloggen door vertegenwoordigers van bedrijven is op een vergelijkbare manier geregeld via eHerkenning, waar al voor een dienstverlener gekozen kan worden.

Vertrouwen

Het wordt voor de markt interessant om een inlogmiddel te ontwikkelen dat erkend wordt door de overheid maar ook voor private diensten gebruikt kan worden. Een middel dat zowel gebruikt kan worden om zaken met de overheid te doen als in te loggen op allerhande platforms is een belangrijke schakel in de platformeconomie. Nu moeten op tientallen plekken inlogggevens worden aangemaakt met beperkt vertrouwen. Straks is een DigiD-achtig middel te gebruiken voor platforms van onze keuze.

Als dan die mogelijkheid ook wordt gecombineerd met het selectief vrijgeven van persoonlijke gegevens zoals bij IRMA en Solid, dan ontstaat een gelijkwaardig speeldveld van publieke platforms, private platforms en mensen.

De partij die op een veilige en vertrouwde maar ook gebruikersvriendelijke manier deze inlogmiddelen kan verstrekken heeft een mooie toekomst.

Bronnen

  1. https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2004/Individualisering_en_sociale_integratie
  2. Snowden, David, & Boone, Mary A Leader’s Framework for Decision Making. Harvard Business Review

Deze site gebruikt cookies voor het bijhouden van statistieken. Details zijn beschreven in de Privacyverklaring. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten